We hebben in Nederland wel vaker te maken met bar en boos winterweer, maar doorgaans heeft dat voor de schoolgaande jeugd in ons land nauwelijks invloed. Zon, regen, hagel of wind tegen, onze kinderen stappen gewoon ’s ochtends op de fiets en melden zich om half negen bij hun eerste les van de dag. Een Spaanse vriend van mij vindt dat een wrede gewoonte. Zelf weet ik eigenlijk niet beter. Ik heb mijn hele schoolcarrière lang nog nooit vrij gekregen voor noodweer. De term ‘ijsvrij’ kende ik alleen uit mijn geschiedenisboek.
Het verbaasde me dan ook totaal niet dat ik vandaag, ondanks de aangekondigde code rood, gewoon geacht werd op school te verschijnen om mijn lessen te geven. Mijn collega’s waren hier evenmin verbaasd over en zodoende begon de schooldag heel rustig en, jawel, normaal. Dat duurde echter niet lang. Halverwege de ochtend werd van hoger hand ingegrepen. Ná 12.30h mochten er geen lessen meer gegeven worden. Vóór 13.15h moesten alle leerlingen het gebouw uit zijn. Zodoende kreeg ik na 27 jaar onderwijs voor het eerst te maken met levensecht ijsvrij. Al met al vond ik het een leerzame ervaring. Hieronder wil ik mijn vier belangrijkste lessen graag met jullie delen:
- Wanneer je een toets in plant, moet je hemel en aarde bewegen om de boodschap aan de leerlingen over te brengen. Je moet het meermaals mondeling aankondigen in de les, je moet het in de periode planner plaatsen, je moet het in de OneNote zetten, je moet het in Magister uploaden en bij twijfel moet je het ook altijd nog even mailen. Na al die moeite is zeker 95% van de betrokken leerlingen op de hoogte; die overige 5% komt er op de dag van de toets wel achter. Wanneer je daarentegen leerlingen wilt laten weten dat ze een halve dag eerder naar huis mogen, hoef je het slechts tegen 1 leerling te zeggen. Binnen 10 minuten is de gehele school op de hoogte.
- Wanneer je het heuglijke nieuws over het ijsvrij mededeelt aan een mentor leerling die je tijdens de pauze toevallig tegenkomt in de aula, doe je er goed aan om de woorden “uitval na het vijfde uur” niet al te hard uit te spreken. Voor je het weet ben je omsingelt door zeker vijftien leerlingen waarvan je helemaal niet in de gaten had dat ze je gesprek afluisterden (en waarvan je er veertien niet eens kent) en wordt je van alle kanten gebombardeerd met vragen als “Echt waar?!”, “Meent u dat?!” en “Dat is toch alstublieft geen grapje, he?!"
- Wanneer je 1400 leerlingen tegelijkertijd vervroegd naar huis stuurt omdat er in korte tijd 10 centimeter sneeuw is gevallen en het KNMI code rood heeft afgegeven, stuur dan vóór de bekendmaking van het grote nieuws eerst even een conciërge met een sneeuwschop richting de uitgang van het schoolterrein. Doe je dit niet, dan razen even later al je 1400 leerlingen over hetzelfde stukje sneeuw de ijsvrijheid tegemoet en verandert je oprijlaan in een ijsbaan die vrijwel onbegaanbaar is, zelfs wanneer je te voet bent. Die ene dappere leerling die het nog wel aandurfde om het schoolterrein fietsend te verlaten, moest zijn actie bekopen met een fikse val en een spectaculaire doorschuiver van ruim twintig meter. (Gelukkig voor hem kreeg hij wel een spontaan applaus. #waardering)
- Wanneer je met de auto dwars door een sneeuwcode rood heen naar huis rijdt, leer je je directe omgeving veel beter waarderen. De rit die je normaal gesproken slechts 35 minuten kost, duurt onder die omstandigheden namelijk bijna anderhalf uur. En aangezien je topsnelheid nooit boven de 25km/h uit komt, zie je ineens dingen die je nog nóóit eerder had opgemerkt,. Je kunt daarbij denken aan een ingestort opbergschuurtje, een paarse tuinkabouter en een plastic dolfijn.
Dat laatste puntje is heel herkenbaar. Ik heb dingen gezien onderweg vanochtend... vooral veel vallende mensen eigenlijk :P
BeantwoordenVerwijderen