vrijdag 29 juli 2011

Onbeleefd

Hoewel de meeste bekende Duitsers tegenwoordig dieren zijn (denk aan ijsbeertje Knut, octopus Paul en buidelrat Heidi), zijn er stiekem toch ook nog wel een paar menselijke beroemdheden uit Duitsland afkomstig. Zo is er bijvoorbeeld autocoureur Sebastian Vettel, maar ook tennisser Boris Becker, politica Angela Merkel, paus Benedictus, komediant Stefan Raab en fotomodel Heidi Klum. Nu wil het toeval dat ik die laatstgenoemde tegenkwam tijdens mijn vakantie in Berlijn.

Helaas moet ik toegeven dat ik de carrière van Heidi Klum nooit echt op de voet heb gevolgd, maar enige basiskennis van haar leven en werk heb ik gelukkig wel. Zo weet ik dat ze een veelgevraagd fotomodel is, dat ze de Amerikaanse versie van Project Runway presenteert en dat ze al een flink aantal jaar getrouwd is met een man wiens naam ik steeds vergeet maar wiens liedjes wel altijd irritant lang in mijn hoofd blijven hangen. Verder weet ik dat veel mensen haar een ontzettend sympathieke vrouw vinden die, ondanks haar enorme succes, met beide benen stevig op de grond is blijven staan. Na Heidi persoonlijk te hebben ontmoet, moet ik echter concluderen dat de term ‘sympathiek’ in haar geval misplaatst is. Ze is in werkelijkheid helemaal niet zo aardig als ze op televisie lijkt te zijn.

Het duurde een tijdje voordat ik dat in de gaten had. In eerste instantie maakte Heidi een positieve indruk op mij, met haar chique haute couture-jurkje, haar perfect gekapte haren en haar stralende lach. Ik kon me niet voorstellen dat iemand die er zó mooi uitzag, gemeen zou kunnen zijn. Zonder erbij na te denken, stapte ik dan ook op haar af en vroeg om een handtekening. Achteraf gezien denk ik echter dat ze op dat moment niet op fans zat te wachten, anders zou ik ook niet weten hoe ik haar ongewoon botte gedrag kan verklaren. Ze keurde me namelijk geen blik waardig, bleef strak de andere kant op kijken en deed net alsof ik er niet was. Aanvankelijk dacht ik nog dat ze me gewoon niet gehoord had, dus herhaalde ik mijn verzoek nog een keer. Maar ook daar reageerde ze niet op. Heidi zweeg in alle talen en bleef, haar stralende lach nog altijd om haar lippen geklemd, in de verte staren alsof ze daar een bekende zag.

Na een paar minuten, heb ik het maar opgegeven. Zichtbaar boos ben ik weggelopen, niet begrijpend waar ik deze ontvangst aan had verdiend. Ik bedoel, ik vroeg het toch heel vriendelijk? En zelfs als mevrouw Klum geen zin had om handtekeningen uit te delen, dan had ze dat gewoon kunnen zeggen. Dan was ik heus wel weggegaan en had ik haar met rust gelaten. Maar ja, blijkbaar is beleefdheid er niet meer bij als je eenmaal een ster bent in Hollywood… Hoe dan ook, als ik iedereen hier een tip mag geven: mocht je in Madame Tussauds ooit Heidi Klum tegen komen, vraag haar dan vooral NIET om een handtekening, want ze behandelt je als afval!

Heidi Klum. Met haar jurkje, haar haren en haar lach.

woensdag 27 juli 2011

Niet Alles Wat Blinkt Is Goud

Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik vanuit mijn slaapkamer hier in Berlijn niet alleen maar cultuur-historisch verantwoorde dingen kan zien. Naast het grote centrale raam waardoor ik het Holocaust-Mahnmal en de voormalige locatie van de Berlijnse Muur kan zien (“A Room With a View”), is er namelijk ook nog een klein zijraampje.

Hierdoor kan ik een gele, bakstenen voorgevel vol ramen en balkonnetjes zien. Pal onder de laagste rij balkons zijn blinkende, goudkleurige letters aan de gevel vastgeketend. Ze vormen de woorden 'Adlon Hotel.' Bij aankomst in Berlijn zei die naam mij totaal niks, maar inmiddels heb ik ontdekt dat het Adlon Hotel één van Berlijn’s meest bekende hotels is. Het dankt haar bekendheid vooral aan het feit dat Michael Jackson er enkele jaren geleden zijn baby uit het raam liet bungelen.

Ik zit hier al een tijdje op mijn bed, simpelweg op en neer te kijken van het grote raam, naar het zijraampje en weer terug. Ik kan het maar moeilijk rijmen dat het zicht uit het ene venster (Holocaust-Mahnmal, Tiergarten, Berlijnse Muur) zo indrukwekkend is, terwijl het zicht uit het andere (Hotel Adlon, Michael Jackson, baby) eigenlijk niet meer is dan behoorlijk banaal. Sterker nog, als ik de situatie bekijk op een wat meer abstract niveau, kan ik niet anders dan concluderen dat ik hier eigenlijk zit te kijken naar een soort tweestrijd.

Indrukwekkendheid versus banaliteit.

Culturele historie versus pop cultuur.

Waarom liggen die twee bijna-tegenpolen hier zo dicht bij elkaar? Hoe lang is dat al zo? En vooral ook, hoe is dat zo gekomen? Is het eigenlijk geen historische blasfemie richting de slachtoffers van de oorlog om cultuur en commercialisme op deze manier te vermengen? Zou het niet zo kunnen zijn dat de aanwezigheid van de lage pop cultuur de herinnering aan hen schaadt? En als dat inderdaad zo blijkt te zijn, mogen we dan wel toestaan dat dat gebeurt? Zouden we er niet iets aan moeten doen? Bijvoorbeeld de historie en de banaliteit van elkaar scheiden, een afzonderlijke plek maken voor culturele historie en voor pop cultuur? Maar ja, hoe pak je dat aan? Verplaats je het monument? Sloop je het hotel? Of zet je er domweg een afrastering tussen? Wel zo overzichtelijk.

Of… nee, laten we dat laatste maar niet doen. Als het uitzicht dat het grote slaapkamerraam mij biedt ons iets geleerd heeft, is het wel dat scheiding ons niets anders brengt dan enorme ellende.

dinsdag 26 juli 2011

A Room With a View

Ik zit op mijn bed. Nou ja, niet op mijn bed, maar op 'mijn' bed in het appartement dat wij hier in Berlijn voor een paar dagen hebben gehuurd. Aangezien de slaapkamer waar ik me bevind voorzien is van een groot raam, kan ik gemakkelijk naar buiten kijken. En ik moet zeggen dat de dingen die ik daar zie behoorlijk indrukwekkend zijn.

Ik zie een schijnbaar oneindig veld van kale, grijze betonblokken. Het is het Holocaust-Mahnmal, een monument van zo'n 19.000 vierkante meter ter nagedachtenis aan alle Joodse slachtoffers die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk heb ik in mijn leven wel vaker oorlogsmonumenten gezien (wie kent de omgebogen treinrails in Kamp Westerbork niet?), maar dit omvangrijke veld blokken drukt me toch nog eens een keer goed met mijn neus op de feiten: hoe groot het geleden leed in Nederland ook mag zijn geweest, in Duitsland was datzelfde leed nog vele malen groter. Zeker in Berlijn.

De bomen die ik in de verte achter het Holocaust-Mahnmal zie staan, benadrukken de omvang van het Berlijnse leed misschien nog wel meer dan het immense oorlogsmonument zelf. Die bomen vormen namelijk de uiterste Oost-grens van het stadspark Tiergarten. Tegenwoordig is dat park voor iedereen toegankelijk, maar dat was wel eens anders. Tot eind jaren tachtig was het 'groene stadshart' uitsluitend bereikbaar voor West-Duitsers, want pal naast het park liep toen nog de beruchte Berlijnse Muur, de kilometers lange betonnen wand die de hoofdstad rigoureus in tweeën deelde en zodoende Tiergarten voor de Oost-Duitsers een onbereikbaar terrein maakte.

Tegenwoordig is De Muur er gelukkig niet meer (ze viel op 9 november 1989), maar de herinnering aan dat verschrikkelijke bouwwerk leeft nog altijd voort. Het is dan ook die nare herinnering die ervoor zorgt dat de tweebaansweg, die tussen het Holocaust-Mahnmal en de bomen van het Tiergarten park in ligt, in mijn ogen een ietwat lugubere aanblik heeft: ik kan me er maar moeilijk overheen zetten dat die op-het-eerste-gezicht-zo-normale asfaltweg precies ligt op de plek waar ooit De Muur stond. Ik voel me er wat ongemakkelijk over dat ik, een simpele toerist, anno 2011 nota bene vanaf mijn bed moeiteloos van Oost naar West kan kijken, terwijl het nog maar krap twee decennia geleden is dat de wereld daar vlak buiten ‘mijn’ slaapkamerraam ophield. Men kon niet verder kijken dan De Muur hoog was. En wie dat wel wilde, moest bereid zijn het leven te geven mocht de oversteek van de grens onverhoopt mislukken.

Als ik morgen zelf op het punt sta daarginds in de verte op mijn gemak de weg over te steken, moet ik daar misschien toch eens bij stilstaan...

maandag 25 juli 2011

De Eerste Indruk

♫ “We gaan naar Berlijn aan de Spree! We nemen broodjes en… koffie, dropjes, verzekeringspapieren, truien, thee, t-shirts, foto camera's, informatiegidsen, jassen, boeken, paraplu's, tijdschriften, paspoorten, salmiakballetjes, schoenen, water, broeken, liga's, puzzelboekjes en uiteraard ook koffers om het allemaal in te proppen mee!” ♫

Bepakt en bezakt gingen we vanochtend op pad. De reis naar onze vakantiebestemming begon wat moeizaam doordat in Venlo een kapotte trein het spoor blokkeerde en in Düsseldorf de ICE-trein naar Berlijn niet bleek te rijden. Vooral dat laatste was een teleurstelling (je hoop toch op een lekker luxe trein wanneer je er ruim 5 uur in moet zitten), maar we lieten ons niet kisten. Vol goede moed stapten we in de provisorische nood-intercity die de Deutsche Bahn voor ons had laten aanrukken en zetten onze reis voort.

Terwijl de nood-intercity Oostwaarts denderde, begon ik aan steeds meer dingen te merken dat ik Nederland nu echt achter me had gelaten en definitief in Duitsland was beland. Zo was de treinomroeper ineens veel informatiever (“U kunt dadelijk aan de linkerkant van de trein uitstappen.”) en vooral ook veel vriendelijker (“Wij komen aan met enkele minuten vertraging, waarvoor onze excuses.”). Daarnaast nam ook het landschap waar we doorheen reden allerlei vreemde vormen aan die je in Nederland absoluut nooit zult tegenkomen: ik zag heuvels, rivierdalen, nog meer heuvels en iets wat naar mijn mening gewoon een berg genoemd mag worden.

Alles bij elkaar zorgde het ervoor dat ik volledig in vakantiestemming was tegen de tijd dat we aankwamen op Berlin Hauptbahnhof. In mijn nieuwverworven enthousiasme genoot ik van de Duitse winkels en de Duitse kraampjes met worst die ik daar aantrof, evenals van het feit dat er in de stationshal horden Duitse mensen waren die ook nog eens allemaal Duits bleken te spreken. Dit Hiep-Hoi-Duitsland-gevoel zwol bovendien nog verder aan toen we in een typisch Duits U-Bahn treintje stapten en op weg gingen naar de metrohalte die vlakbij ons hotel lag.

Bij die halte aangekomen bereikte mijn enthousiasme haar absolute hoogtepunt. Eindelijk waren we er dan! We waren nu echt in Berlijn! Met grote passen liep ik over het perron, want ik wilde naar buiten. Ik vroeg me al weken af of de positieve dingen die ik over Berlijn had gehoord klopten, en nu zou ik daar achter komen! Ik zeulde mijn trolley de trap op, wrong mezelf door een menigte toeristen en bereikte tenslotte de uitgang. Ik haalde nog een keer diep adem. Het langverwachte moment was ein-de-lijk daar. Ik was klaar voor mijn eerste indruk van één van Duitsland’s meest geprezen steden! Mijn hart bonsde in mijn keel toen ik vol verwachting het metrostation uitstapte. Ik keek op om mijn eerste blik te kunnen werpen op de Duitse hoofdstad en zag…

…een Union Jack. Het onding hing overdreven vrolijk te wapperen aan de voorgevel van een gebouw dat later de Britse ambassade bleek te zijn. Dat heb ik natuurlijk weer. Nu zit ik opgescheept met een eerste indruk die me zegt dat Berlijn vrij Engels aandoet. Grmpf.

Terug van Weg Geweest

Afgelopen week (25-30 juli) was ik op vakantie in Berlijn. Voor sommigen kwam mijn afwezigheid misschien als een verrassing, aangezien ik de exacte vakantie-data niet op deze weblog had aangekondigd. Normaal gesproken doe ik dat wel, voornamelijk omdat ik wil dat mijn lezers weten waarom het stil blijft en wanneer er weer nieuwe teksten zullen komen.

Dit keer heb ik echter gezwegen, om één doodsimpele reden: ik ging niet alleen op vakantie. Ik ging samen met mijn ouders, wat betekent dat wij drieën ons huis de afgelopen week onbewaakt hebben achter gelaten. Wanneer je dat doet, is er sowieso al een kans dat er achter je rug om wordt ingebroken en ik heb, na lang nadenken, besloten dat ik die kans niet nóg groter wilde maken dan zij statistisch gezien al was door op internet óók nog eens open en bloot te gaan adverteren dat er deze week toch echt helemaal niemand thuis zou zijn. Vandaar de lichte geheimzinnigheid.

Maar... het feit dat ik een week van huis was en hier geen blogs kon plaatsen, wil uiteraard niet zeggen dat ik een week heb stil gezeten. Ik heb in Berlijn gewoon doorgepend en de resultaten van mijn schrijverijen zullen in de komende dagen hier verschijnen. De vakantie-blogteksten zullen overigens worden terug gedateerd (dat wil zeggen: ik zal ze niet archiveren onder de datum waarop ik ze online publiceer, maar onder de datum waarop ik ze oorspronkelijk schreef). Ik doe dat omdat ik dat zelf leuker vind. Altijd een belangrijke reden. Go ik.

Sandy (31 juli 2011)

zaterdag 23 juli 2011

Veilig op Vakantie (?)

Binnenkort ga ik op vakantie naar Duitsland. Ik heb er erg veel zin in, want ik vind het een mooi land en kan niet wachten om er weer eens naartoe te gaan. Bovendien kan ik goed overweg met de Duitse bevolking, waardoor ik me er in de regel prima thuis voel. Echter... via twitter ontdekte ik een paar dagen geleden dit filmpje. Ik weet niet of iemand hier Traumschiff Surprise kent, maar stiekem maak ik me nu toch wel een beetje zorgen. Deze mensen zijn immers ook Duitse staatsburgers... wat nu als ik hun type Duitser tegenkom terwijl ik nietsvermoedend een toeristische attractie sta te bezichtigen?!


Rare jongens, die Duitsers.

vrijdag 22 juli 2011

Ondersteboven

˙ʞɾıןɹǝʇʇǝן ןɐɹooʌ ɹɐɐɯ ˙ʞɾıןɹnnƃıɟ ¡uɐʌ uǝʌoqǝʇsɹǝpuo ןɐɐɯǝןǝɥ ƃǝʍuooʍǝƃ ɹǝ uǝq ʞı …ǝıʇɐnʇıs ʞɾıןǝʞʞıɹɥɔsɹǝʌ u’oz ʞoo sı ʇǝɥ ˙ɹǝpɹǝʌ ʞǝǝʇs uǝǝƃ ʞı ɯoʞ ǝɾʇuǝǝ uɾıɯ uı ʇuɐʍ 'uǝpuıʌ ǝʇ ƃɐɐɹʌ ǝıp do pɹooʍʇuɐ ʇǝɥ uǝdןǝɥ ɾıɯ ƃooןoɥɔʎsd uǝǝ uɐɐ ʞǝozǝq uǝǝ uɐʞ ʇɥɔıןןǝʍ

¿ʇǝıu uooʍǝƃ ɯǝʞǝıʇs ʞɾıןuǝƃıǝ ʇǝɥ ʞı ןıʍ ɟo ˙ʇǝıu ƃǝʍɯop ǝɯ ʇʞnן ʇǝɥ ɹɐɐɯ 'onb snʇɐʇs ǝsןǝɥ ǝzǝp uı uǝʇsnɹǝq ǝʇ ɯo ʇsǝq uɾıɯ ǝop ʞı ˙uǝʌoq ǝʇ ʇǝd ǝp ɾıɯ ʇɐɐƃ ʇǝɥ :ʇǝıu ʞı uɐʞ ʇɐp ɹɐɐɯ 'uǝdɾıɹƃǝq ǝʇ ʇǝɥ ɯo ʇsǝq uɾıɯ ǝop ʞı ˙pɐɥǝƃ ɾıɯ do ʇɔɐdɯı ǝɯɹouǝ uǝǝ ןɐɐɯuǝǝ nu ʇɟǝǝɥ 'pɹnǝqǝƃ sı ɹǝ ʇɐʍ ˙uǝɯǝu ǝʇ uɐɐ ƃuıpnoɥ ǝʌǝıssɐd u’oz ɯo ǝʇıǝoɯ ןǝǝʌ ɹǝʇɥɔǝ ǝɯ ʇǝɥ ʇsoʞ 'uǝq uǝƃuoɹpɹoop ʞɐɐzpoou ǝıp uɐʌ ǝɯ ʞı ןǝʍǝoɥ

˙uǝızǝoʇ sooןǝʇɥɔɐɯ uɾıןɾız ǝp ɟɐuɐʌ uǝ uǝssıuǝʇɹnǝqǝƃ ɹǝp ǝƃɹɐɯ ǝp uı uǝɯǝusʇɐɐןd ʇǝoɯ ʞı :ʇsǝɹ pıǝɥʞɾıןǝƃoɯ uéé sʇɥɔǝןs ƃou ɾıɯ ʇɐp uǝƃɾıɹʞ ǝʇ uǝız ǝǝɯ ǝpǝɹʌ ɹǝ ʞı ʇǝoɯ ɹǝıuɐɯ ǝɹǝpuɐ ɟo uéé ǝp do ˙uǝop uɐʞ ƃou nu ʞı ʇɐp sı ɹǝǝɯ sʞıu ɹǝ ʇɐp uǝɹǝʇdǝɔɔɐ ƃǝʍןǝdɯıs ʇǝoɯ ʞı ˙uǝƃƃǝןɹǝǝu ɾıq nu ɹǝ ǝɯ ʇǝoɯ ʞı 'puıʌ ʞoo ʇǝɥ ʞı ʞɾıןǝsǝɹʌ ǝoɥ

˙uǝop uǝuunʞ ǝʇ ʇǝıu ǝʇ ƃou uɐʌɹǝ uǝƃןoʌǝƃ ǝʞɾıןǝʞʞıɹɥɔsɹǝʌ ǝp ɯo ʇɐɐן ǝʇ ˙uǝpuǝʍ uǝuunʞ ǝʇ ɟɐ ƃou ʇoןpoou ʇıp ɯo ʇɐɐן ǝʇ ˙ʇɐɐן ǝʇ ʞı sɐʍ uǝ ˙pɹnǝqǝƃ ןɐ sɹǝɯɯı ʇǝɥ sɐʍ 'pɐɥ uı ƃɹǝ ןǝʍ uǝ pǝoƃ ɹǝ ʞı ɹooʌ ˙sɐʍ ʞɾıןǝƃoɯuo ʇɐp ʇɐp ʞı ʇǝǝʍ ʇɹɐɥ uɾıɯ uı dǝıp ɹɐɐɯ 'pɐɥ uǝɯoʞɹooʌ ʇǝɥ ʞı ʇɐp ƃıɹnʌ suǝʍ ʞı ˙pɾıʇ ǝpuoɔǝs uǝǝ uɐp ɹǝpuıɯ uı 'ƃuıןǝsʇoןd ǝpɹnǝqǝƃ ʇǝɥ

maandag 18 juli 2011

De Boodschap

Kent iemand hier John Finnemore? Niemand? Echt waar? Heeft er nu serieus niemand op deze blog ooit ook maar één enkele keer van John Finnemore gehoord?! Nou JA! Dat is… Dat is…

…eigenlijk best logisch.

John Finnemore is een Brits acteur en schrijver, die voornamelijk werkt voor BBC Radio –vandaar dus dat er in Nederland weinig mensen zijn die hem kennen. Finnemore is in Engeland vooral bekend geworden door ‘Cabin Pressure,’ een hilarische radio sitcom die vertelt over het reilen en zeilen van MJN Air. MJN Air is een luchtvaartmaatschappij die zó ontzettend klein is dat directrice Carolyn zich slechts één (gammel) vliegtuig, één piloot (met minderwaardigheidscomplex) en één co-piloot (met grootheidswaanzin) kan veroorloven. Om de onkosten nog verder te drukken, heeft ze voor de bediening van de passagiers bovendien haar niet al te snuggere zoon Arthur ingezet. Finnemore speelt in ‘Cabin Pressure’ de rol van het zeer populaire personage Arthur en is daarnaast in zijn uppie verantwoordelijk voor het schrijven van alle scenario’s voor de serie.

Maar goed, waarom vertel ik dit nu allemaal? Ben ik soms stiekem lid geworden van de Vereniging Ter Promotie van Verkapte Sluikreclame voor Engelse Radio Sitcoms? Welnee. Alle bovenstaande informatie is eigenlijk niet meer dan een buitengewoon omslachtige inleiding op de volgende opmerking: John Finnemore houdt, net als ik, een blog bij. Hierop vertelt hij over zijn werkzaamheden in omroepland, geeft hij achtergronden over de radiocolumns en -series die hij schrijft, en becommentarieert hij allerlei zaken die hem toevallig zijn opgevallen op straat of in de media.

In die laatste categorie valt ook de blog die hij op 3 juni jongstleden publiceerde. Hij snijdt daarin een onderwerp aan dat mij persoonlijk nogal aan het hart gaat. Het spookt in mijn roze wereldje al een tijdje rond, maar ik durfde er op deze blog vooralsnog niet over te schrijven, voornamelijk omdat ik vreesde te worden verweten dat ik ‘bevooroordeeld ben’ en ‘het leven zie door een begrensd brilletje’. In dat opzicht is het voor mij natuurlijk IDEAAL dat Finnemore nu een blogtekst aan dit onderwerp heeft gewijd. Nu hoef ik het immers zelf niet meer te doen!

Bovendien heb ik het vermoeden dat De Boodschap beter overkomt wanneer Finnemore het zegt dan wanneer ik het zelf doe. Wat betreft dit thema sta ik toch bekend om mijn extremistische achtergrond en ik vrees dan ook dat ik, wanneer ik mijn gedachten zou opschrijven, een politiek manifest zou produceren in plaats van een blogtekst. Finnemore daarentegen heeft, als gerenommeerd acteur en scenarist in een KN-neutrale sector, totaal geen last van dergelijke emotionele bagage. Hij slaagt er dan ook in om dit (voor mij zo beladen) thema aan te kaarten zonder enige vorm van politieke bijbedoelingen, uitingen van wrok, krachttermen of verwensingen.

Naar mijn mening is Finnemore dan ook een buitengewoon geschikt persoon om Het Nieuws aan de man te breken dat de Disney Tekenfilm Studio’s onlangs een enorme misdaad zijn begaan jegens een bepaald Heel Klein Diertje. Lees er alles over in John’s blog getiteld “Winnie the Git”.

zondag 17 juli 2011

Met de Trein Naar Amerika

Schuin tegenover mij in de treincoupé zit een meisje. In principe vind ik het ongemanierd om allerlei vooroordelen te vormen over volslagen onbekende medepassagiers, maar dit meisje is zo iemand bij wie ik het simpelweg niet kan laten. Ik kan haar namelijk perfect samenvatten in één enkel woord: te. Haar kleren zijn te modern, haar rok te kort, haar schoenen te Prada en haar hakken te hoog. Haar make-up is te zwaar, haar haar te blond en vooral véél te permanent. Verder is haar handtasje te kitsch en haar luxe Blackberry ongetwijfeld te ingewikkeld voor het intelligentieniveau waarop ik haar inschat. Maar boven alles… is ze veel en veel en véél te jong voor het moederschap!

Naast haar op de bank zit haar zoontje. Een kereltje van een jaar of vier dat zich overduidelijk dood verveeld, zo in de trein met uitsluitend grote mensen. We zijn nog maar amper het station uit gerold of het jongetje besluit om de saaie sfeer in de coupé te doorbreken: dat wil zeggen, hij besluit zichzelf en ons allemaal te vermaken met het produceren van een monotoon ‘gezang’ dat nog het meeste lijkt op een lied dat Lady Gaga ten gehore zou kunnen brengen als zij met haar vingers tussen de deur van haar sportwagen zou komen:

“Maaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah...”

De coupé ergert zich er groen en geel aan, maar Moeder TEresa reageert totaal niet. Ze is druk bezig met het tikken van een bericht op haar Blackberry en lijkt (Oost-Indisch) doof te zijn voor wat er in haar directe omgeving gebeurd. Gelukkig voor mij en de andere reizigers krijgt haar zoontje na een paar minuten echter uit zichzelf genoeg van zijn verbale Lady Gaga-persiflage. Hij doet er het zwijgen toe en staart een tijdje naar zijn schoenen, maar dan schiet zijn hoofd plotseling weer overeind. Hij kijkt serieus op naar zijn moeder:

“Mama, we gaan nu toch met de trein naar oma, hè?”
“Ja…”
“Kun je ook met de trein naar Amerika?”

Verbaasd kijkt moeders het meisje op van haar Blackberry. “Ehm…,” begint ze voorzichtig, en trekt een moeilijk gezicht. “Nou, dat weet ik eigenlijk niet...” Nog altijd diep fronsend, richt ze zich weer vlug op haar mobiel, maar het is duidelijk dat ze haar volle aandacht er niet langer bij kan houden. De vraag blijft blijkbaar door haar hoofd spoken. “Of nee, wacht. Dat weet ik wel!” zegt ze even later lachend. Zichtbaar opgelucht legt ze haar telefoon opzij, draait zich naar haar zoontje toe en begint hem op serieuze toon uit te leggen hoe de wereld werkt. “Kijk, het zit zo. Er zijn mensen geweest die tunnels onder de zee door hebben gegraven. Door die tunnels rijden nu speciale treinen waarmee je van het ene land naar het andere kunt reizen. Ik weet dat er zo’n speciale trein van Nederland naar Engeland rijdt en ik denk dat er ook wel eentje is die naar Amerika rijdt. Dus ja, dat kan.”

Moraal van dit verhaal: dat vooroordeel over haar geringe intelligentie klopte in ieder geval.

donderdag 14 juli 2011

Circus Sandy

Het is erg druk geweest de laatste tijd, al lijkt dat voor een buitenstaander misschien een beetje onwaarschijnlijk. In principe zou je immers kunnen stellen dat ik ‘alleen maar een tentamenperiode’ achter de rug heb, met wat toetsen en wat eindproeven. Ik kan je echter verzekeren dat zo’n tentamenperiode op het einde van het academisch jaar véél meer is dan slechts het beantwoorden van een aantal simpele vragen op een proefwerkblaadje. Het is blokken, hard werken en vooral doorbijten, zelfs wanneer je tot op het bot gedemotiveerd bent. Die studiepunten moeten er immers komen, want meneer Rutte in Den Haag is een niet-vergevingsgezinde boeman.

Al met al heb ik mij de afgelopen weken dan ook zelden een student gewaand. Ik voelde mij eigenlijk meer een soort van circusartiest, al zou ik niet zo één twee drie kunnen zeggen wat voor soort circusartiest... Zo heb ik de laatste tijd bijvoorbeeld als een volleerd jongleur zes schoolprojecten tegelijkertijd in de lucht gehouden. Daarnaast heb ik als een koorddanser gebalanceerd op de grens tussen wat-kan-ik-doen en waar-is-geen-tijd-voor, en heb ik mezelf toegesproken met de energie van een enthousiaste spreekstalmeester die een nieuwe act aankondigt in een poging te voorkomen dat de moed me in de schoenen zou zakken. Ook heb ik de leeuwen der verveling getemd, heb ik als clown voor paal gestaan toen ik ontdekte dat ik het opdrachtvel van een werkstuk verkeerd begrepen had en heb ik acrobatische toeren uit moeten halen om dat werkstuk alsnog te kunnen redden vóórdat de deadline verstreek. Tot slot heb ik als een klein kind, dat in de show-pauze van zijn moeder geen ijsje krijgt, staan stampen in een poging om al mijn examenstof te onthouden.

Mmm.

Nu ik er zo eens over nadenk, realiseer ik me ineens dat mijn metaforische beredenering van hierboven stiekem toch niet helemaal doeltreffend is. Bij nader inzien was ik de afgelopen maand dan ook helemaal geen circusartiest. Nee, integendeel, ik was veel meer dan dat. Ik was het circus zelf! Ik was immers de jongleur, de koorddanser, de spreekstalmeester, de leeuwentemmer, de clown, de acrobaat én het publiek. Allemaal in mijn eentje. En allemaal tegelijkertijd. Dat zijn meer dan voldoende acts om een fatsoenlijke voorstelling op te kunnen voeren. Eigenlijk was ik dus “Circus Sandy,” compleet met een denkbeeldige zachtroze circustent en een merchandise-kraam waar je tegen een zacht prijsje knuffels van Knorretje kon kopen.

Gelukkig voor mij heeft Circus Sandy echter, in ieder geval voorlopig, haar tentdeuren gesloten. Gisteren heb ik namelijk mijn laatste tentamen-project ingeleverd, wat betekent dat het tweede semester van dit schooljaar er nu officieel op zit voor mij. Weliswaar duurt het nog even voordat mijn zomervakantie écht gaat beginnen (mijn bachelor-werkstuk moet immers nog af), maar het wordt nu in ieder geval wel rustiger. En, ook niet geheel onbelangrijk, er gaat weer tijd zijn voor het updaten van deze blog. Dus…

Komt dat zien, komt dat lezen!

zondag 3 juli 2011

Foto van de Maand: Juli 2011


Het is juli.

(OH MIJN HEMEL, HET IS JULI! WAAR IS DE REST VAN HET JAAR GEBLEVEN?!)

Dat betekent dat een kleine anderhalve week geleden de zomer is begonnen*. Wat mij betreft is dat toch wel een bloemetje waard. We hebben het mooiste seizoen van het jaar nog altijd niet verwoest met ons huidige milieubeleid. Go wij!

*Nu de zomervakantie nog.