zondag 27 oktober 2019

Winnie de Poeh Poeh

Ik draai al zo lang mee in de autosportwereld, dat er daar weinig dingen meer te vinden zijn die mij nog kunnen verbazen. In de kunstschaatswereld ligt dat echter anders. Ik volg de sport al sinds de basisschool, toen Eurosport live verslag begon te doen van het EK en het WK met commentaar van de legendarische Joan Haanappel, maar helaas is het me de afgelopen 25 jaar niet altijd gelukt om mijn aandacht er volledig bij te houden.

De redenen daarvoor variëren. In de jaren negentig was er natuurlijk geen internet beschikbaar als informatiebron, maar zelfs toen de hele wereld online ging bleef het kunstschaatsen lang achter; ook vandaag de dag zijn écht informatieve nieuwssites schaars (als fan moet je het vooral hebben van podcasts) en er is pas vorige week (!) voor het eerst een officiële live stream beschikbaar gemaakt voor internationale wedstrijden – iets wat veel autosportseries al bijna tien jaar hebben. Vaak lag de oorzaak van het gebrek aan aandacht echter ook gewoon bij mij. Ik was druk met studeren, druk met ziek zijn – in de pre-tablet tijd was tv kijken in bed domweg geen optie en kom maar eens beneden bij de televisie wanneer je de trap niet af kunt lopen – en geregeld ook heel erg druk met autoraces.

Toch is mijn basiskennis van de sport niet slecht. Ik ken de hoofdregels, de belangrijkste kunstschaatsfiguren (dodenspiralen, eulers, twizzles, lasso lifts, etc.), kan de sprongen doorgaans goed uit elkaar houden en ik ken de standaardmores van een schaatswedstrijd. Zo ben ik bijvoorbeeld goed bekend met het gebruik dat fans, na afloop van een kür, knuffels en cadeautjes op het ijs gooien om hun waardering voor de schaatsers te laten blijken. Ook weet ik dat populaire schaatsers meer cadeautjes krijgen dan ‘gewone’ schaatsers; en ik weet ook dat de allerpopulairste schaatsers gepersonaliseerde cadeautjes krijgen. Een voorbeeld: van tweevoudig wereldkampioen Yuzuru Hanyu is bekend dat hij fan is van Winnie de Poeh. Na afloop van zijn dansprogramma’s ligt het ijs daarom standaard vol met Winnie-knuffels. In alle soorten en maten. Ter illustratie volgt nu wat beeld van hoe het ijs er gisteren uitzag, nadat ‘Yuzu’ in de Grand Prix van Canada zijn korte kür had geschaatst:



Toen ik deze beelden op de live stream zag, voelde ik mij volkomen kalm. Het aantal Winnies was enorm – en ik was zeker wel jaloers! – maar het was niets wat ik nog niet eerder had gezien. Niets vond ik verbazend. Althans, totdat de camera inzoomde op Yuzuru’s blije gezicht en mijn aandacht werd getrokken door een gele vlek in de achtergrond. Ik stond onmiddellijk paf. Nog nooit had ik zo’n enorme Poeh gezien. Ik zou niet weten waar ik er eentje kan kopen of hoe ik hem door de voordeur ga krijgen, maar mocht iemand hem ooit tegenkomen in de winkel dan houd ik mij aanbevolen.  


zondag 20 oktober 2019

Scheer Je Weg

Er zit een spin op de overloop. Hij zit in de buurt van de bovenste traptrede, vlak boven de plint, vol in het licht. Toen ik er zojuist langs liep, zag ik hem vanuit mijn ooghoek bewegen. Heel even haalde hij zijn kleine harige handje uit zijn broekzak en zwaaide met een opgestoken middelvingertje naar mij. Nog voor ik me goed en wel had kunnen omdraaien, was het middelvingertje alweer in zijn broekzak verdwenen.

Nu zijn we verwikkeld in een agressieve staar wedstrijd, waarbij ik hem de ene na de andere smerige blik toe werp. Als mijn blikken konden doden had hij nu al lang op zijn ruggetje gelegen, met al zijn armpjes - inclusief dat ene armpje met dat middelvingertje er aan - omhoog gestoken in de lucht en zou hij in het hiernamaals nooit enige vorm van R.I.P. (Rest In Peace) leren kennen. Maar helaas. Hij leeft nog, wat vermoedelijk betekent dat ik nóg harder moet oefenen op het gericht schieten van laserstralen uit mijn pupillen zodat ik mijn vijanden kan verbranden tot as; of dat de verachtelijke Kapitein Jean Spincard nog nét op tijd de hitteschilden van zijn U.S.S. Spinnenweb heeft weten op te trekken. Ik vermoed het laatste. Dat zou de zelfingenomen grijns op zijn gezicht verklaren.

De reden dat ik zo boos ben op de aanwezigheid van deze langbenige hangjongere bovenaan mijn trap is slechts gedeeltelijk racistisch. Uiteraard ben ik nooit blij met iemand van het spinnenras in mijn huis, maar op dit moment is het vooral de timing die me dwars zit. De afgelopen week was het herfstvakantie en heb ik een aanzienlijk deel van mijn schaarse vrije tijd (het blijft immers onderwijs; we werken ook in de vakantie gewoon door!) ingezet om mijn huis netjes aan kant te krijgen. Ik heb de vloer gestofzuigd en microscopisch stofvrij gemaakt met een Swiffer. Ik heb gedweild. Ik heb opgeruimd. Het fornuis vetvrij gemaakt. De kalk verwijdert uit de afwasbak. In de badkamer heb ik alles waar een kraan aan zit vrij gemaakt van tandpasta en/of shampoo resten, en het chroom opgepoetst tot het weer glansde. Mijn kantoor is ontdaan van de naweeën van een toetsblaadjesontploffing. Alle vensterbanken zijn gestoft. Evenals de kleine lastig te bereiken hoekjes achter, naast, onder en anderszins in de buurt van kasten of andere grote meubelstukken. En terwijl ik met dat alles bezig was, heb ik Darth Tarantula nooit gezien. Nergens.

Zelfs toen ik vijf minuten geleden de trap afliep om de stofzuiger definitief terug te zetten in de schoonmaakkast, was dat egotrippende spinnetje nog steeds nergens te bekennen. Waar hij precies zat al die tijd weet ik niet. Vermoedelijk zat hij toen nog gewoon heerlijk achter het behang geplakt; want daar hoort hij wat mij betreft thuis. Had hij daar echt niet kunnen blijven zitten? Blijkbaar niet, want toen ik de trap weer op kwam hing hij daar zomaar ineens, een beetje ego te trippen aan het uiteinde van zijn eigen spinrag.

Het enige wat mij op dit moment nog een beetje kan opbeuren, is de wetenschap dat ik in deze strijd als laatste zal lachen. Zonder het oogcontact met Mini Aragog te verbreken, graai ik de kruimeldief van de zoldertrap en richt die op hem. Zodra ik de zuiger start, voelt het alsof de tijd ineens vertraagt tot een slow motion. Wanneer eerst de lange sliert spinrag de handstofzuiger in verdwijnt en het langpotige ettertje er vervolgens achteraan zeilt, voel ik me net Frodo die toeziet hoe eerst de Ring langzaam in de Doemberg valt en Gollum er vervolgens achteraan springt. Het is een heerlijk rustgevend gevoel. Mijn doel is bereikt.

Tevreden breng ik de kruimeldief terug naar de oplader beneden in de berging, wetende dat ik het griezeltje nooit meer terug zal zien. Want nee, in tegenstelling tot wat een oud volksfabeltje beweert kunnen spinnen helemaal niet zelfstandig uit een stofzuiger, of een handzuiger, klimmen. Dat is wetenschappelijk bewezen. Dus dit is 1-0 voor mij, jij naar beest met je gemene timing.

zondag 13 oktober 2019

Geluk op de Snelweg

Sinds kort woon ik in een eigen huis en toen ik het kocht vond ik dat ik enorm geluk had. In een poging om het huis beter in de markt te kunnen zetten, had de vorige eigenaar namelijk een moderne badkamer laten installeren, compleet met nieuwe badkuip, nieuw toilet, nieuwe wastafel en een funkelnagelneue douche cabine. Al bij de eerste keer gebruiken deed de temperatuurregeling van die douche cabine echter wat raar. “Maar,” zo dacht ik, “Het systeem is me nog onbekend, dus het zal wel aan mij liggen.” Bij de vijfde keer gebruiken bleek dat niet zo te zijn. De thermostaatkraan begaf het volledig en vanaf dat moment komen er uitsluitend nog ijsblokjes óf kokende lava uit de douchekop.

Sinds het sneuvelen van de thermostaat vond ik dat ik juist enorme pech had. Niet alleen moet de douche gerepareerd worden, maar omdat bij de verkoop van het huis de garantie is vervallen moet ik de kosten gewoon uit eigen zak betalen. Om nog een extra duit in het zakje te doen is het ook nog eens onmogelijk om alléén de kraan te laten vervangen. We kunnen namelijk niet nagaan van welk merk het onding is, omdat dat niet op de rekening staat aangegeven en er niemand meer is om navraag bij te doen: de winkel waar de douche gekocht is, is inmiddels failliet en de vorige huiseigenaar die de douche heeft laten installeren bevindt zich niet langer in het land der levenden. Dus zat ik afgelopen vrijdag ochtend samen met mijn moeder in de auto, op de A2, op weg naar de badkamergroothandel in Zaltbommel om een totaal nieuwe douche set uit te zoeken.

De verwachting was dat de selectie behoorlijk wat voeten in de aarde zou hebben, maar uiteindelijk viel dat alleszins mee. We hadden een lijstje eisen opgesteld waaraan de douche moest voldoen en toevallig bleek er maar één set te zijn die overal aan voldeed, wat er voor zorgde dat we veel eerder dan verwacht weer in de auto zaten op weg naar huis. Ik had gehoopt dat ik me na het bezoek aan de groothandel wat beter zou voelen, maar helaas bleef het drukkende gevoel van enorme pech stevig in mijn onderbuik zitten. Ergens had ik dat misschien kunnen verwachten. Wat er ook gebeurt, het blijft altijd balen wanneer er een duur, gloednieuw object in je huis stuk gaat. Ik legde me er daarom maar bij neer dat ik me nog wel een tijdje rot zou voelen.

Toen we met de auto de A2 weer op draaiden, bevroor dat bedrukte gevoel ineens. Aan de andere kant van de snelweg, op de baan waar we nog geen dertig minuten geleden zelf gereden hadden, stond ineens een enorme rij langzaam rijdend verkeer. Waarom precies was moeilijk te zeggen. We konden in ieder geval geen ongeluk zien. Ik pakte vlug mijn mobiel, maar ook de ANWB website maakte geen melding van een ongeval. Verbaasd keken mijn moeder en ik naar de kilometer na kilometer stokkend verkeer waar we met 120km/h aan voorbij scheurden. We speculeerden wild over de mogelijke oorzaken van de file ellende waar we zó nipt aan waren ontsnapt. Als het geen ongeval was, waren het dan misschien werkzaamheden? Of een vrachtwagen met pech? Klimaatstakers?

Toen we ter hoogte van Maaspoort een scherpe bocht omgingen, zagen we dat we met al onze theorieën de plank hadden misgeslagen. Midden op de snelweg reed een groep boeren die – onaangekondigd, zo meldde de media later – met hun tractoren op weg waren naar het provinciehuis in Den Bosch om een gemeenteraadsvergadering over het stikstofbeleid bij te wonen. De trekkers, zo’n twintig in totaal, konden maar mondjesmaat gepasseerd worden door personenauto’s, wat de ophoping van langzaam rijdende voertuigen verklaarde waar we zojuist aan voorbij waren gegaan. Toch mochten de langzaam rijders nog van geluk spreken; de auto’s achter de tractoren stonden namelijk bijna allemaal stil – met honderden tegelijk. De rij vaststaande auto’s liep door tot ver na knooppunt Empel, bijna zelfs tot aan onze afslag, waar wij zonder ook maar één keer te hoeven afremmen met de maximaal toegestane topsnelheid op af konden zeilen.

zondag 6 oktober 2019

Taalkundig Vraagstuk


“Hé, check die molshoop daar.”
“Die is echt vet groot.”
“En er zijn er nog meer, daarachter.”
“Eén, twee, drie… dat zijn echt kei veel molshopen.”
“Huh? Veel wat?”
“Molshopen.”
“Dat is toch geen echt woord?”
“Tuurlijk wel.”
“Maar ‘mols’ is toch al meervoud? Eén mol, twee mols.”
“Gast! Het meervoud van ‘mol’ is ‘mollen’.”
“Dan zou het dus moeten zijn één molshoop, twee mollenhoop.”
“Dat klinkt echt raar.”
“Ja, dat is waar. Dan is het logischer om te zeggen… eh… één molshoop, twee hopen mols.”
“Da’s toch een geintje, hè?”
“Nee. Dat zijn gewoon meerdere hopen mols, daar zo. Dat van die molshopen klinkt echt niet.”
“Je bent gek… Mevrouw! Hé, mevrouw!”
“Ja?”
“Wat is logischer? Molshopen of hopen mols.”
“Ik zou zeggen ‘molshopen’.”
“Zie je wel!”
“Ja, daaag. Echt niet. Hopen mols klinkt veel beter. En u geeft Engels, dus sorry, maar dan is het niet echt uw gebied.”
“Vraag het anders even aan een docent Nederlands.”
“Oeh, ja. Ginds gaat meneer Reijnders.”
“Meneer Reijnders! MENEER REIJNDERS, WACHT EVEEENNNNN!!”