donderdag 31 maart 2016

Aan de mensen in de rij voor de V&D kassa

Hallo daar. Ik ben blij dat jullie er zijn. Zonder jullie zou het hier vandaag pas écht een trieste bedoening zijn geweest. Stel je voor, je houdt een faillissementsuitverkoop, een ware echt-ALLES-moet-weg-tegen-dumpprijzen-actie, en dan komt er alsnog niemand kijken naar wat je te koop aanbiedt. Dat zou pas écht pijnlijk zijn. Gelukkig is dat hier bij de V&D niet het geval, want jullie zijn allemaal gekomen.

Ik vind het echt prachtig dat jullie met zovelen zijn. Ik heb jullie net even geteld. Jullie staan met maar liefst 96 man in de rij voor de kassa. Zesennegentig man! Een wondermooie aanblik. Van zoveel klanten in de winkel kon de V&D voordat dat ze over de kop ging alleen maar dromen, en zelfs dan nog slechts uitsluitend in haar stoutste dromen. Ook voor het personeel moet dit geweldig zijn. Eindelijk is er voor hen weer werk te over.

Vóór het faillissement hadden zij het op de meeste dagen namelijk een stuk rustiger. De klanten bleven thuis, de gangpaden werden gevuld door lucht en leegte, en een medewerker van de kledingafdeling had op sommige dagen alleen een paspop als gesprekspartner. Ik weet dit omdat ik ook al klant was bij de V&D voordat bekend werd dat haar deuren definitief zouden gaan sluiten.

Wellicht is het voor jullie nieuwkomers leuk om te weten dat de winkel er in die tijd heel anders uit zag. De zaak stond toen vol kledingrekken en prachtige houten schappen. Ze waren stevig, echt kwaliteitsspul. Heel anders dan de gammele plastic klaptafeltjes die je nu overal ziet staan. Gelukkig maar dat die alleen worden gebruikt om stoffige dozen vol magazijnrestanten op te zetten. Veel meer dan dat kunnen ze niet dragen, denk ik.

In die tijd kon je bij de V&D trouwens ook lekker ontspannen winkelen. Ik deed dat ook geregeld. Voor van alles en nog wat liep ik er binnen: panty’s, ondergoed, T-shirts, broeken, zo af en toe eens een verwaaid boek of DVDtje. Wat ik ook hebben moest, ik kon het bij de V&D altijd vinden. Het was echt een van mijn go-to winkels. Ik kuierde dan de winkel in, liep op mijn gemak naar de juiste afdeling, pakte wat ik hebben moest en slofte op mijn dooie gemak richting de kassière.

Dat kunnen jullie je met z’n zessennegentigen waarschijnlijk niet goed voorstellen. Jullie kennen de V&D nu uitsluitend als die zaak waar je moet duwen en trekken om bij de juiste magazijndozen te komen; waar je je ellebogen moet gebruiken om als snelste je gewenste artikelen bijeen te graaien; en waar je soms luid moet gaan staan ruziën over wie er als eerste hand heeft weten te leggen op een witte herenblouse, zoals die twee dames daarginds bij het raam.

Ik zou willen dat ik het oude V&D met jullie, ja alle 96 van jullie, had kunnen delen. Aangezien jullie zo massaal voor de kassa staan nu de winkel op sterven na dood is, weet ik zeker dat jullie de V&D in haar hoogtijdagen nog veel meer hadden kunnen waarderen. Eeuwig zonde dat jullie die kans nooit meer zullen krijgen.

vrijdag 25 maart 2016

Lichaam en Geest

De geest
Het zijn een aantal ontzettend drukke weken geweest. Het voelde alsof ik aan het proberen was in een lek roeibootje een rivier over te steken. Ik wist precies waar ik heen wilde; ik kon constant de andere oever zien. Het roeibootje maakte echter in zo’n rap tempo water dat die oever geen millimeter dichterbij kwam. Voor iedere emmerlading water die ik overboord kieperde kwam er net zo rap weer nieuw vocht bij. Wat ik ook deed, de waterstand in het bootje bleef ten alle tijden gelijk. Dat was af en toe ontzettend frustrerend. Iedere ochtend stond ik op met het gevoel dat dit dé dag zou worden: ik zou die dag kei hard gaan werken, super gefocust zijn en tegen de avond zou ik dan kunnen zien dat ik een flinke stap dichterbij mijn einddoel was gekomen. Mooi niet dus. Dat gefocust zijn en hard doorwerken wilde wel lukken, maar voor iedere klus die ik van mijn te-doen-lijst afstreepte kon ik er ieder uur weer twee nieuwe bij schrijven. Zodoende moest ik noodgedwongen zelfs een flink aantal overuren maken om te voorkomen dat er iets fataal mis zou gaan. Soms was het gewoonweg om moedeloos van te worden… maar gelukkig wordt het nu anders! Het is nu Pasen, dat prachtige moment van het jaar dat je als docent vier hele dagen vrij krijgt van je werk. Eindelijk krijg ik dan even een adempauze! Die hebben mijn collega’s en ik wel verdiend, al zeg ik het zelf. Mijn plan voor dit lange weekend is om het vooral lekker rustig aan te doen, goed bij te komen en uitsluitend leuke dingen te doen.

Het lichaam
Tof plan! Maar ik ga nu eerst heel erg ziek worden. De balleeeeeeen.

vrijdag 18 maart 2016

Even Snel Wat Kopiëren

Pzzt. Pzzt. Pzzt. PzzzgrrKKRRRRRRRRRRRRR.

Dat laatste klinkt niet als een normaal geluid. Vlug kijk ik op het display van de kopieermachine. Er staan drie uitroeptekens op te flitsen. Naast het display staan bovendien nog eens drie rode lampjes te knipperen. Hoewel ik op school sta en er aan de openstaande deur van het kopieerhok hordes minderjarige leerlingen voorbij trekken die op weg zijn naar hun klaslokaal, kan ik een vloek niet onderdrukken. Dat heb ik weer. Die ene keer in het hele schooljaar dat ik mijn kopieerwerk nog even vlug vijf minuten voor aanvang van de les moet regelen loopt het kopieerapparaat vast!

Er is mij ooit eens aangeraden om in noodsituaties altijd de handleiding te volgen. Geërgerd, en mij meer dan een klein beetje bewust van de razendsnel wegtikkende tijd, druk ik in het touch display dus maar op de knop ‘manual’. Mijn laatste hoop op een quick fix vervliegt zodra ik de woorden  ‘stappenplan’ en ‘stap 1 van 8’ zie staan.

Stap 1 behelst het opentrekken van de behuizing met behulp van een knalblauw, duidelijk zichtbaar handvat. Dat is nog wel te doen, zelfs voor mij. Maar dan! De binnenkant van de kopieermachine blijkt te bestaan uit vier horizontale compartimenten, die allemaal weer zijn opgedeeld in subcompartimenten, die op hun beurt weer gelabeld zijn met codes als B2, C4 en D1. In die chaos ben ik op zoek naar hendel B3. Het duurt zeker een minuut voordat ik het onding gevonden heb. Met behulp van wat licht geweld weet ik hem omlaag te drukken, waarna een deel van het binnenwerk van de kopieermachine als vanzelf naar voren schuift.

“Stap 3: verwijder het papier uit B3,” meldt de handleiding. Gelukkig voor mij zit het vel papier duidelijk zichtbaar klem tussen twee zwarte… laten we het houden op ‘deegrollers’. In technisch vakjargon heten ze waarschijnlijk niet zo, maar ze lijken er wel enorm veel op. Gehaast strek ik mijn hand uit naar het vastzittende vel papier en AUW.  Wanneer mijn vinger per ongeluk zo’n deegroller raakt, blijkt dat monster LOEIHEET te zijn. Een tweede vloek ontsnapt mij terwijl ik mijn pijnlijke hand op en neer wapper in een poging de gehavende vinger te verkoelen.

Het is hoog tijd om hulptroepen in te zetten. Ik trek een kort sprintje van het kopieerhok naar het conciërgekantoor, waar uitgerekend op dit moment – en bij wijze van hoge uitzondering – natuurlijk niemand te bekennen is. Inmiddels compleet in paniek graai ik een schaar van de conciërgetafel en rep mij terug naar de kopieermachine. Na enig gepruts weet ik het vastzittende vel papier uiteindelijk zelfstandig, en zonder verdere hulp, tussen de deegrollers uit te peuteren. Mijn humeur is op slag een stuk beter. Euforisch sluit ik compartiment B3, klik de behuizing weer dicht en zie! Op het display verschijnt de wonderschone tekst: “Kopieermachine wordt geprepareerd voor herstart”. Ik kan wel dansen van vreugde.

En uitgerekend op dat moment gaat de bel. Mijn blijdschap is direct weer vervlogen. Ik trek de paar kopietjes die al wel afgedrukt zijn uit de papierlade en begeef mij richting mijn lokaal, met in mijn hoofd de woorden die al vele docenten voor mij gedacht hebben: “Dan moeten de leerlingen maar samen doen! JAMMER DAN.”

zondag 13 maart 2016

Herkend

Iedereen is wel eens herkend. Ik ook. Meestal overkomt het mij in de supermarkt. Sta ik net even rustig in de rij voor de kassa te controleren of ik écht niets vergeten ben, duikt ineens vanuit het niets de buurvrouw op voor een praatje. Maar ik ben ook wel eens wat verder weg van huis herkend. Zo ben ik ooit onder de Arc de Triomphe in Parijs op de schouder getikt door mijn docente verzorging van de middelbare school. Ook ben ik op een race circuit in Zuid-Duitsland wel eens gespot door vriendinnen waarvan ik geen flauw idee had dat zij daar ook waren.

Hoewel herkend worden onder de Arc de Triomphe onverwachter voor me was dan herkend worden in de supermarkt, hebben al deze voorbeelden één ding gemeen: ik was er altijd zelf bij. Wellicht klinkt dat een beetje als een open deur. Natuurlijk was je daar zelf bij. Om herkend te kunnen worden moet je er toch per definitie zelf bij zijn?! Nou, mooi niet dus. Ik werd in november 2014 namelijk herkend op een locatie waar ik op dat moment nog zeker 20 kilometer bij vandaan was.

Het begon allemaal op een vochtige, grijze maandagmorgen. Ik was die dag al vroeg opgestaan om naar de universiteit van Nijmegen te gaan, maar door problemen met de bovenleiding stond mijn trein een tijdlang vast op station Ravenstein. Tegen de tijd dat de trein eindelijk weer in beweging kwam was het al negen uur geweest en was mijn college vakdidactiek al lang begonnen. Althans, dat had eigenlijk zo moeten zijn. Om onbekende reden was de docente vakdidactiek er niet. Mijn klasgenoten durfden het lokaal echter niet te verlaten, voor het geval dat ze alsnog zou komen binnenvallen. Misschien had ook zij last van de problemen op het spoor? (Spoiler alert: Nee. Er was haar gewoon niet verteld dat ze les moest geven die dag.)

Via Whatsapp werd ik door mijn klasgenoten tot in detail op de hoogte gehouden van hoe saai het wachten wel niet was. Om hun verveling wat te verlichten besloot ik hen de link te sturen naar een aflevering van My Little Pony: Friendship Is Magic waarin wordt uitgelegd dat leerlingen soms heel verschillende leerstijlen hebben. Ik vond dat een educatieve en vakdidactisch verantwoorde tekenfilm om te kijken op het grote beamerscherm van het lokaal. (Mijn meest militante klasgenoot had even daarvoor de lescomputer gekraakt.) Nadat ik de link had opgestuurd bleef het een tijdlang stil op Whatsapp. Ik begon me net af te vragen of er iets mis was, toen mijn telefoon begon te zoemen. Het scherm lichtte op en ik werd begroet door het bericht: “OMG DIE PAARSE PONY AAN HET BEGIN DAT BEN JIJ!!!”

Ik heb nog geprobeerd het te ontkennen, maar volgens mijn klasgenoten was dat zinloos. Ik was de paarse pony. Punt, basta, daarmee uit. In hoeverre mijn klasgenoten gelijk hadden mag ieder voor zichzelf bepalen.


zaterdag 12 maart 2016

Recensie #13: "Miss Peregrine"


Gi-ga-gegevens
Titel: Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children (De Bijzondere Kinderen van Miss Peregrine)
Auteur: Ransom Riggs
Uitgever: Quirk Books (Clavis B.V.)
Jaar: 2013 (2015)
ISBN: 9781594746031 (9789044817171)

Vi-va-verhaallijn
“Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children” (“De Bijzondere Kinderen van Miss Peregrine”) is het eerste boek uit de “Miss Peregrine’s Peculiar Children”-trilogie. De andere twee delen zijn verkrijgbaar onder de titels “Hollow City” (“Omhulde Stad”) en “Library of Souls” (“Bibliotheek der Zielen”). In het eerste boek maakt de lezer kennis met Jacob Portman, een doodgewone Amerikaanse jongen die veel op heeft met zijn opa Abe en diens fantastische verhalen over monsters en bovennatuurlijke mensen. Op een avond treft Jacob Abe dood aan in het bos bij zijn huis… met naast hem een monsterlijk gedrocht met meerdere lange tongen. Niemand gelooft Jacobs verhaal. Monsters bestaan niet en zijn ouders sturen hem naar een psycholoog. Als onderdeel van zijn therapie krijgt Jacob de opdracht Abe’s verleden uit te diepen, zodat hij zelf kan ontdekken dat diens verhalen niet meer waren dan verzinsels. Gewapend met een stapel antieke foto’s stapt Jacob daarom samen met zijn vader op een vliegtuig naar Groot-Brittannië, het geboorteland van zijn opa. Daar aangekomen blijken Abe’s fantasieverhalen echter verre van fantasie te zijn.

Pi-pa-positieve punten
Er bestaan veel verhalen over monsters en bovennatuurlijke mensen. Er zijn er echter weinig zo origineel als deze trilogie. De personages zijn goed uitgewerkt, de bovennatuurlijke elementen worden op onverwachte manieren ingezet, en de trilogie kent meerdere onverwachte verhaalwendingen. Hierdoor blijft het verhaal constant spannend. Wat de boeken nog eens extra kracht bij zet, is het gebruik van antieke foto’s als illustraties. Deze foto’s zijn jarenlang door auteur Ransom Riggs verzameld op rommelmarkten – ze zijn dus niet speciaal voor het boek gemaakt, ze zijn echt. Riggs had de foto’s al tijdenlang in zijn bezit en heeft de trilogie er vervolgens omheen opgebouwd. (De boekcover hierboven is een voorbeeld van zo’n antieke foto.)

Ni-na-negatieve punten
De antieke foto’s zijn zowel de grootste kracht van het boek als haar grootste zwakte. Met name in de latere twee boeken merk je op sommige momenten dat je naar een foto toe aan het lezen bent, waardoor je de neiging krijgt om sneller (en slordiger) te gaan lezen of om alvast even vooruit te bladeren. Dit kan zorgen voor verwarring. Ook heb ik wat problemen met de eerste paar hoofdstukken van het derde boek. Deze sluiten direct aan op de laatste hoofdstukken van het tweede boek. Wanneer je beide boeken achter elkaar leest, is dat geen probleem. Wanneer je echter (net als ik) een jaar hebt moeten wachten op de publicatie van het derde deel, is het moeilijk om weer in de flow van het verhaal te komen.

Mi-ma-mijn mening
Een fantastische boekenserie die ik iedereen kan aanraden. Voor degenen die niet zo van lezen houden komt bovendien eind 2016 de filmversie uit. Zover ik uit het promotiemateriaal heb kunnen opmaken zijn er wel enkele veranderingen in het verhaal aangebracht (zo heeft Miss Peregrine geen bril meer en is Olive tien jaar ouder gemaakt), maar ziet het er alles bij elkaar veelbelovend uit.

Sti-sta-sterren
 

vrijdag 4 maart 2016

Kettingreactie

A: “Mevrouw, wat heeft u om uw nek?”
B: “Een ketting.”
A: “Ja, dat snap ik. Maar wat hangt er aan?”
B: “Een hangertje.”
A: “Maar wat is dat voor hangertje?”
B: “Een hangertje van de Nürburgring.”
A: “…”
C: “De wat?”
D: “Ja, dat is zo’n autoding.”
A: “Wat voor ding?”
D: “Zo’n circuit waar auto’s op rijden.”
E: “Hoe weet jij dat?”
D: “Ja gewoon, dat weet ik.”
A: “Ik heb daar echt nog nóóit van gehoord.”
C: “Ik ook niet.”
F: “Ik wel.”
G: “Ik ook.”
F: “Kijk jullie nooit Studio Sport? Die hebben beelden en zo.”
C: “Meisjes kijken geen Studio Sport!”
A: “Nee, we hebben wel wat beters te doen!”
F: “Wat? Je moet juist wel kijken! Da’s leuk!”
A: “Nee! Ze hebben alleen maar Sport.”
G: “Ja, duh. Anders is het geen Studio Sport.”
C: “Kijkt u ook Studio Sport, mevrouw?”
B: “Nee.”
A: “Hoe kent u dat autoding dan?”
B: “Ik kijk altijd autosport.”
A: “Wat?!”
C: “MAAR U MOET PAARDRIJDEN, MEVROUW!!!”
B: “Huh?!”
C: “Gewoon. U heeft een paardenhoofd.”
D, E, F, G, H, I, J: “Ooooooooh!!!”
C: “Zo bedoel ik het niet!! U ziet er gewoon uit als iemand die paard rijdt.”
B: “Nou, nee. Doe mij maar raceauto’s. Die hebben veel meer paardenkrachten.”
A: “Dat had ik echt nooit bij u verwacht.”
C: “Nee, écht niet. Eigenlijk is het best raar.”
A, C, D, E, F, G, H, I, J: “…………”
H: “Ik vind het ook best wel cool.”
A, C, D, E, F, G, H, I, J: “…………”
I: “Ja.”
J: “Ik ook wel.”
C: “Ja, ik eigenlijk ook wel een beetje.”
A: “Het is alleen even wennen.”

woensdag 2 maart 2016

Bloglovin'

Omdat ik er naar gevraagd werd, heb ik mijn blog aangemeld bij de database van Bloglovin'. Bloglovin' is een app voor telefoon en tablet waarmee je gemakkelijk feeds van allerlei verschillende blogs kunt volgen, ongeacht of deze onderdeel uitmaken van het netwerk van Blogger, Wordpress of een andere blogprovider. Overigens is Bloglovin' ook gewoon via de browser van je computer te gebruiken en uit te lezen. Wil je mijn blog volgen via Bloglovin', klik dan op de onderstaande link.

Volg mijn blog met Bloglovin'

dinsdag 1 maart 2016

Foto van de Maand: Maart 2016


De twintigste eeuw is weer in tegenwoordig. De ene na de andere 90s band maakt een comeback (denk aan A1, Blue en Atomic Kitten) en zelfs Full House is weer op tv, zij het dan in een marginaal aangepaste variant genaamd Fuller House. Ook bij ons op school heeft de ‘oud is hip!’-trend inmiddels flink om zich heen geslagen. Er gaat geen les meer voorbij of ik zie wel een leerling spelen met een Rubix Kubus. Je weet wel, zo’n Hongaarse 3D-puzzel uit de jaren zeventig met 54 gekleurde vierkantjes die je al draaiend op kleur moet uitsorteren, net zolang tot je op ieder vlak van de kubus negen vierkantjes van dezelfde kleur hebt.

De Rubix rage duurt nu al een week of vier en sommige leerlingen zijn inmiddels zo handig geworden met hun kubus dat ze hem tijdens mijn les gemakkelijk een keer of acht kunnen oplossen. (Dat het eigenlijk helemaal niet de bedoeling is dat ze dat tijdens mijn les doen laat ik even in het midden.) Het is voor sommigen zelfs een prestigestrijd geworden om de kubus niet alleen correct op te lossen, maar ook nog eens zo snel mogelijk op te lossen. Als ik halverwege een blokuur vijf minuten pauze geef haalt er vrijwel altijd iemand een stopwatch te voorschijn en gaan er minimaal twee andere leerlingen klaar zitten om te proberen hun kubus binnen 43 seconden op te lossen. Volgens de officiële HAVO/VWO Rubix Rage Whatsapp groep, is dat blijkbaar het officiële schoolrecord.

In een vlaag van verstandsverbijstering heb ik gisteren eens aan een Kubist gevraagd hoe hij zo’n blok nu eigenlijk zo snel kan oplossen. Helaas bestaat het enige onderdeel van zijn uitleg dat ik wél begrepen heb uit de woorden: “Blok? BLOK?! Mevrouw, dit is een Rubix. Kunt u misschien wat meer respect tonen?” Daarna begon hij een lang verhaal over algoritmen en was ik het spoor al snel bijster. Bij thuiskomst heb ik daarom besloten om mij toch maar niet op de Rubix Kubus van mijn vader te storten; ik heb daar in mijn jeugd al eens tien jaar aan zitten draaien, met als beste resultaat dat ik alle donkerblauwe vierkantjes op één vlak had zitten. In plaats daarvan heb ik mijn 3D-tetris-set uit mijn bureaula opgegraven. Deze bestaat uit zeven Tetris-stenen waarvan je een kubus moet bouwen. Dat bleek meer aan te sluiten op mijn inzicht-niveau, want na anderhalve dag had ik hem al klaar.