Hallo daar. Ik ben blij dat jullie er zijn. Zonder jullie zou het hier vandaag pas écht een trieste bedoening zijn geweest. Stel je voor, je houdt een faillissementsuitverkoop, een ware echt-ALLES-moet-weg-tegen-dumpprijzen-actie, en dan komt er alsnog niemand kijken naar wat je te koop aanbiedt. Dat zou pas écht pijnlijk zijn. Gelukkig is dat hier bij de V&D niet het geval, want jullie zijn allemaal gekomen.
Ik vind het echt prachtig dat jullie met zovelen zijn. Ik heb jullie net even geteld. Jullie staan met maar liefst 96 man in de rij voor de kassa. Zesennegentig man! Een wondermooie aanblik. Van zoveel klanten in de winkel kon de V&D voordat dat ze over de kop ging alleen maar dromen, en zelfs dan nog slechts uitsluitend in haar stoutste dromen. Ook voor het personeel moet dit geweldig zijn. Eindelijk is er voor hen weer werk te over.
Vóór het faillissement hadden zij het op de meeste dagen namelijk een stuk rustiger. De klanten bleven thuis, de gangpaden werden gevuld door lucht en leegte, en een medewerker van de kledingafdeling had op sommige dagen alleen een paspop als gesprekspartner. Ik weet dit omdat ik ook al klant was bij de V&D voordat bekend werd dat haar deuren definitief zouden gaan sluiten.
Wellicht is het voor jullie nieuwkomers leuk om te weten dat de winkel er in die tijd heel anders uit zag. De zaak stond toen vol kledingrekken en prachtige houten schappen. Ze waren stevig, echt kwaliteitsspul. Heel anders dan de gammele plastic klaptafeltjes die je nu overal ziet staan. Gelukkig maar dat die alleen worden gebruikt om stoffige dozen vol magazijnrestanten op te zetten. Veel meer dan dat kunnen ze niet dragen, denk ik.
In die tijd kon je bij de V&D trouwens ook lekker ontspannen winkelen. Ik deed dat ook geregeld. Voor van alles en nog wat liep ik er binnen: panty’s, ondergoed, T-shirts, broeken, zo af en toe eens een verwaaid boek of DVDtje. Wat ik ook hebben moest, ik kon het bij de V&D altijd vinden. Het was echt een van mijn go-to winkels. Ik kuierde dan de winkel in, liep op mijn gemak naar de juiste afdeling, pakte wat ik hebben moest en slofte op mijn dooie gemak richting de kassière.
Dat kunnen jullie je met z’n zessennegentigen waarschijnlijk niet goed voorstellen. Jullie kennen de V&D nu uitsluitend als die zaak waar je moet duwen en trekken om bij de juiste magazijndozen te komen; waar je je ellebogen moet gebruiken om als snelste je gewenste artikelen bijeen te graaien; en waar je soms luid moet gaan staan ruziën over wie er als eerste hand heeft weten te leggen op een witte herenblouse, zoals die twee dames daarginds bij het raam.
Ik zou willen dat ik het oude V&D met jullie, ja alle 96 van jullie, had kunnen delen. Aangezien jullie zo massaal voor de kassa staan nu de winkel op sterven na dood is, weet ik zeker dat jullie de V&D in haar hoogtijdagen nog veel meer hadden kunnen waarderen. Eeuwig zonde dat jullie die kans nooit meer zullen krijgen.
Ik vind het echt prachtig dat jullie met zovelen zijn. Ik heb jullie net even geteld. Jullie staan met maar liefst 96 man in de rij voor de kassa. Zesennegentig man! Een wondermooie aanblik. Van zoveel klanten in de winkel kon de V&D voordat dat ze over de kop ging alleen maar dromen, en zelfs dan nog slechts uitsluitend in haar stoutste dromen. Ook voor het personeel moet dit geweldig zijn. Eindelijk is er voor hen weer werk te over.
Vóór het faillissement hadden zij het op de meeste dagen namelijk een stuk rustiger. De klanten bleven thuis, de gangpaden werden gevuld door lucht en leegte, en een medewerker van de kledingafdeling had op sommige dagen alleen een paspop als gesprekspartner. Ik weet dit omdat ik ook al klant was bij de V&D voordat bekend werd dat haar deuren definitief zouden gaan sluiten.
Wellicht is het voor jullie nieuwkomers leuk om te weten dat de winkel er in die tijd heel anders uit zag. De zaak stond toen vol kledingrekken en prachtige houten schappen. Ze waren stevig, echt kwaliteitsspul. Heel anders dan de gammele plastic klaptafeltjes die je nu overal ziet staan. Gelukkig maar dat die alleen worden gebruikt om stoffige dozen vol magazijnrestanten op te zetten. Veel meer dan dat kunnen ze niet dragen, denk ik.
In die tijd kon je bij de V&D trouwens ook lekker ontspannen winkelen. Ik deed dat ook geregeld. Voor van alles en nog wat liep ik er binnen: panty’s, ondergoed, T-shirts, broeken, zo af en toe eens een verwaaid boek of DVDtje. Wat ik ook hebben moest, ik kon het bij de V&D altijd vinden. Het was echt een van mijn go-to winkels. Ik kuierde dan de winkel in, liep op mijn gemak naar de juiste afdeling, pakte wat ik hebben moest en slofte op mijn dooie gemak richting de kassière.
Dat kunnen jullie je met z’n zessennegentigen waarschijnlijk niet goed voorstellen. Jullie kennen de V&D nu uitsluitend als die zaak waar je moet duwen en trekken om bij de juiste magazijndozen te komen; waar je je ellebogen moet gebruiken om als snelste je gewenste artikelen bijeen te graaien; en waar je soms luid moet gaan staan ruziën over wie er als eerste hand heeft weten te leggen op een witte herenblouse, zoals die twee dames daarginds bij het raam.
Ik zou willen dat ik het oude V&D met jullie, ja alle 96 van jullie, had kunnen delen. Aangezien jullie zo massaal voor de kassa staan nu de winkel op sterven na dood is, weet ik zeker dat jullie de V&D in haar hoogtijdagen nog veel meer hadden kunnen waarderen. Eeuwig zonde dat jullie die kans nooit meer zullen krijgen.


