donderdag 15 september 2016

Ongemakkelijk in mijn Eigen Lokaal

Gisteren was het bij ons op school ouderavond. Om half 8 kwamen de ouders binnen in de aula, waar ze werden welkom geheten door de afdelingsleider van de afdeling vwo bovenbouw. De beste man had voor de gelegenheid een leuk praatje in elkaar gedraaid met daarin onder andere de, wat mij betreft briljante, zin: “Op de powerpoint ziet u een foto van mij. Voor de duidelijkheid heb ik vandaag hetzelfde jasje aangetrokken als op de foto, maar daar heb ik behoorlijk spijt van. HET IS HIER BLOEDHEET.”

Na het welkomstbabbeltje werd alle ouders gevraagd om naar het lokaal te gaan waarin de mentor van hun zoon of dochter was geïnstalleerd zodat zij nog wat extra informatie konden beluisteren over jaar-specifieke zaken die hun kroost dit schooljaar voor de kiezen gaat krijgen. Dat is het gedeelte van de avond waarbij ikzelf in actie moest komen. Ik ben namelijk ook mentor, van maar liefst 15 kinderen die dit jaar allemaal vwo5 gaan doen. Het is een gemengd gezelschap van 13 doorstromers uit vwo4, 1 zittenblijver, 1 overstapper uit havo5 en 1 overstapper van een andere school. Ik kan het met al die leerlingen prima vinden en ik zie ze meerdere keren per week, ofwel in de les ofwel in de gangen.

Dat wil echter niet zeggen dat ik ook raad weet met de ouders van die leerlingen. Ineens stond ik daar gisteravond. In mijn eentje, in een klaslokaal waar ik weliswaar goed de weg ken, maar waar ik me met een selecte groep volwassenen voor mijn neus toch niet echt op mijn gemak voelde. Ik kan niet goed uitleggen waar dat gespannen gevoel vandaan kwam. Het lag in ieder geval niet aan de groepsgrootte. Ik ben gewend om voor groepen van 32 tot 35 man te staan, dus dan stelt zo’n clubje van 26 niet veel voor.

Wellicht komt het door het leeftijdsverschil. Al die ouders zijn minstens tien jaar ouder dan ik en soms zie ik ze bijna letterlijk denken ‘wat gaat dat broekje ons vandaag weer vertellen?’. (Ik kan er helaas ook niets aan doen dat ik zo ongeveer de jongste mentor in de afdeling vwo bovenbouw ben. Sorry, ouders.) Of misschien komt het omdat ze zich zo gemakkelijk kritisch naar mij kunnen opstellen. Óf misschien is het wel gewoon hun tegenstrijdige herkenbaarheid; in veel ouders kan ik de gelaatstrekken van mijn leerlingen terug zien en dat geeft hen iets heel herkenbaars – en dat, ondanks het feit dat ik die mensen totaal niet ken! Aaah!

Ik heb altijd gedacht dat die tegenstelling een goede basis zou kunnen vormen voor een horrorfilm. Mmm, een horrorfilm. Het zou natuurlijk ook kunnen dat het daaraan lag. Dat ik me ongemakkelijk voelde omdat ouders in hun doen en laten gewoon eng zijn. Ze zijn hoe dan ook een stuk enger dan hun kinderen, die bij hen vergeleken altijd extreem niet-kritisch en onschuldig lijken. Nu maar hopen dat de ouders van mijn mentorklas niet dusdanige banden onderhouden met het horrorgenre dat ik er komend schooljaar ’s nachts op straat eentje ga tegenkomen met een met bloed doordrenkt keukenmes in de hand. Ik herhaal: aaah!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten