dinsdag 16 augustus 2016

Biljartkneus

Al maanden trof ik regelmatig kleine ronde gaatjes aan in mijn kleren. Drie weken geleden viel ineens het kwartje. Nee, dat kwam niet doordat ik ongemerkt steeds met mijn kleren achter goed verstopte spijkertjes en andere scherpe voorwerpen bleef hangen. Er zat gewoon een mot in de kast!

Mijn kleren liggen niet in een echte kledingkast, maar in een schuifdeurkast. De ene helft daarvan ligt vol handwerkspullen van mijn moeder, de andere helft is bestemd voor mijn kleren. Er is geen tussenwand tussen beide helften en omdat uit gemak de deur van de schuifdeurkast vaak open blijft staan liggen mijn kleren dus feitelijk in de open lucht. Dit gaf de mot vrij spel en dat moest veranderen.

Diezelfde ochtend nog haalde ik de kast leeg en voorzag de vloer en wanden van een dikke laag anti-mottenspray. Ook hing ik mottenplankjes op. Om mijn meesterplan compleet te maken, reed ik naar de Xenos en kocht daar een groot aantal plastic kledingbakken. Een paar uur na thuiskomst lagen mijn kleren weer in de schuifdeurkast – luchtdicht verpakt dit keer en onbereikbaar voor ongedierte. “Knappe mot die mij nu nog iets maakt!” lachte ik ’s avonds tegen mijn vader.

Drie dagen later was ik in de kast op zoek naar een groen T-shirt. Hoewel ik blij was met mijn kledingkisten, moest ik er nog wel een beetje aan wennen. Vroeger kon ik het juiste T-shirt in één oogopslag zien liggen, maar nu moest er toch even goed gezocht en gegraven worden. Op zich niet erg, alleen kon ik die dag niet helemaal lekker bij de kist die ik nodig had. Die stond namelijk net iets te ver naar rechts. Geïrriteerd duwde ik een paar andere kisten naar links, richting de muur, in de hoop zo wat meer speelruimte te creëren om de benodigde kledingkist naar me toe te kunnen trekken. Ik duwde echter zo hard, dat één van de kisten tegen de muur knalde en door de trilling een rekje biljartkeus, dat daar tijdelijk stond, aan het wiebelen bracht.

Vanuit mijn ooghoek zag ik het rekje wankelen en als in slowmotion voorover vallen. De schuifdeurkast is een krappe ruimte en hoewel ik een dappere poging deed, kon ik mij niet meer op tijd in veiligheid brengen. Gespannen sloot ik mijn ogen. Links en rechts van mij hoorde ik het geluid van keus die op de grond kletterden. Een milliseconde dacht ik dat ik geluk had gehad, maar toen kwam ineens de klap. De allerdikste keu viel boven op mijn hoofd. Precies op de plek waarmee ik vorig jaar zo hard tegen de afzuigkap aan was geknald en een hersenschudding opliep. 

We zijn nu 2,5 week verder en hoewel de hoofdpijn en duizeligheid waar ik direct na de klap flink last van had wel minder zijn geworden, zijn ze nog steeds niet helemaal weg. Vermoedelijk heb ik opnieuw een lichte hersenschudding opgelopen. Pas over een week of twee zal ik er fysiek weer 100% boven op zijn. Wanneer ik mentaal volledig hersteld ga zijn kan niemand op dit moment echter nog zeggen. Ik heb sinds het ongeluk namelijk last van paranoïde gevoelens. Ik blijf maar denken: “Was die klap nu gewoon toeval… of was dit een vergeldingsactie van de mot omdat ik hem van zijn kleren heb beroofd?”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten