Schuin tegenover mij in de treincoupé zit een meisje. In principe vind ik het ongemanierd om allerlei vooroordelen te vormen over volslagen onbekende medepassagiers, maar dit meisje is zo iemand bij wie ik het simpelweg niet kan laten. Ik kan haar namelijk perfect samenvatten in één enkel woord: te. Haar kleren zijn te modern, haar rok te kort, haar schoenen te Prada en haar hakken te hoog. Haar make-up is te zwaar, haar haar te blond en vooral véél te permanent. Verder is haar handtasje te kitsch en haar luxe Blackberry ongetwijfeld te ingewikkeld voor het intelligentieniveau waarop ik haar inschat. Maar boven alles… is ze veel en veel en véél te jong voor het moederschap!
Naast haar op de bank zit haar zoontje. Een kereltje van een jaar of vier dat zich overduidelijk dood verveeld, zo in de trein met uitsluitend grote mensen. We zijn nog maar amper het station uit gerold of het jongetje besluit om de saaie sfeer in de coupé te doorbreken: dat wil zeggen, hij besluit zichzelf en ons allemaal te vermaken met het produceren van een monotoon ‘gezang’ dat nog het meeste lijkt op een lied dat Lady Gaga ten gehore zou kunnen brengen als zij met haar vingers tussen de deur van haar sportwagen zou komen:
“Maaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah...”
De coupé ergert zich er groen en geel aan, maar Moeder TEresa reageert totaal niet. Ze is druk bezig met het tikken van een bericht op haar Blackberry en lijkt (Oost-Indisch) doof te zijn voor wat er in haar directe omgeving gebeurd. Gelukkig voor mij en de andere reizigers krijgt haar zoontje na een paar minuten echter uit zichzelf genoeg van zijn verbale Lady Gaga-persiflage. Hij doet er het zwijgen toe en staart een tijdje naar zijn schoenen, maar dan schiet zijn hoofd plotseling weer overeind. Hij kijkt serieus op naar zijn moeder:
“Mama, we gaan nu toch met de trein naar oma, hè?”
“Ja…”
“Kun je ook met de trein naar Amerika?”
Verbaasd kijkt moeders het meisje op van haar Blackberry. “Ehm…,” begint ze voorzichtig, en trekt een moeilijk gezicht. “Nou, dat weet ik eigenlijk niet...” Nog altijd diep fronsend, richt ze zich weer vlug op haar mobiel, maar het is duidelijk dat ze haar volle aandacht er niet langer bij kan houden. De vraag blijft blijkbaar door haar hoofd spoken. “Of nee, wacht. Dat weet ik wel!” zegt ze even later lachend. Zichtbaar opgelucht legt ze haar telefoon opzij, draait zich naar haar zoontje toe en begint hem op serieuze toon uit te leggen hoe de wereld werkt. “Kijk, het zit zo. Er zijn mensen geweest die tunnels onder de zee door hebben gegraven. Door die tunnels rijden nu speciale treinen waarmee je van het ene land naar het andere kunt reizen. Ik weet dat er zo’n speciale trein van Nederland naar Engeland rijdt en ik denk dat er ook wel eentje is die naar Amerika rijdt. Dus ja, dat kan.”
Moraal van dit verhaal: dat vooroordeel over haar geringe intelligentie klopte in ieder geval.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten